“Verhalen doorgeven, zodat we niet vergeten.”

Henk Smits (75) is de oudste zoon van een KNIL-militair. Hij groeide op met een sterke verbondenheid met de Indische cultuur.  Zijn roots, familiegeschiedenis en de verhalen van zijn ouders vormen nog altijd een belangrijk onderdeel van zijn leven. “Ik ben trots op mijn cultuur,” vertelt hij.

Tijdens de herdenking op 15 augustus neemt Henk ons mee in het indrukwekkende levensverhaal van zijn vader.

Als 18-jarige jonge jongen vertrok zijn vader naar Nederlands-Indië, waar hij uiteindelijk terechtkwam op de beruchte Birma-Siamspoorlijn. Henk vertelt niet alleen over hoe de zware omstandigheden en de gevangenschap daar waren, maar vooral ook over de veerkracht, kameraadschap en de hoop die de mensen elkaar wisten te geven in de moeilijkste tijden.

Voor Henk sluit dit naadloos aan bij het thema ‘Van herdenking naar verbinden’. Samen stilstaan bij wat onze ouders en grootouders hebben meegemaakt, helpt om elkaar beter te begrijpen én om deze geschiedenis levend te houden.

Zijn grootste wens? Dat bezoekers beseffen hoe belangrijk het is om deze verhalen door te geven aan volgende generaties. Zodat we blijven herinneren, respect tonen voor hen die zoveel hebben doorstaan en de waarde van vrijheid nooit als vanzelfsprekend beschouwen.

De lezing die hij gaf tijdens onze herdenking:

Ik herdenk vandaag op 15 Augustus o.a mijn ouders,( waarvan mijn moeder van 94 hier nog aanwezig is) , mijn opa en oma, en hun generatie die gestreden hebben voor onze vrijheid. In de Japanse interneringskampen met honger en in ontbering hebben geleden, en aan hen die aan de Birma Siam doden spoorlijn hebben gewerkt.Dankzij hun ben ik … wáár ik bèn … én wie ík ben, ik herdenk op deze  15e augustus. In het bijzonder mijn vader:

Hij is in 1920 in Mill geboren, en woonde destijds in Cuijk /Vianen. Voor hem was er in de crisisjaren bij de leerlooierij  van de firma M.B. Regouin in Cuijk geen toekomst weggelegd, en hij besloot in 1939 op 19 jarige leeftijd in dienst bij het KNIL te gaan. Hij tekende zijn contract ,en ging op de boot naar Indonesië, waar hij zijn opleiding kreeg. Daar heeft hij een  aantal jaren gediend  tot in 1942 daar de oorlog met Japan uitbrak.

Hij is tijdens de Japanse bezetting van Indonesië, gevangen genomen en is 2 jaar lang krijgsgevangene en  dwangarbeider geweest in  meerdere van in totaal 50 kampen aan de Birma Siam spoorlijn, Hij heeft daar onder erbarmelijke omstandigheden moeten zien te overleven. Zijn overlevingsdrang en wilskracht hielden hem overeind.

Hij vertelde mij dat ze in de brandende zon stenen moesten sjouwen en het spoor moesten aanleggen. Als eten kreeg je  een handje vol rijst, en als je het weer twee dagen had volgehouden  kreeg je een plankje, met een nummer erop gebrand. Dit kon je inleveren bij de Jap  voor 1 gebakken rat. De Rawit en lombok zorgde voor de nodige vitaminen. 

In een van die kampen  leerde  hij een geestelijke kennen. Pater Ezechiel Vergeest. Deze pater tot de orde van Capucijnen was voor de bezetting missionaris op Sumatra , en werd later leger aalmoezenier. Deze pater is vrijwillig de kampen in Birma in gegaan, hij was afkomstig uit Beers, een kerkdorp naast Vianen Cuijk waar  mijn vader vandaan kwam. 

Pater Ezechiel heeft o.a mijn vader, en zijn kameraden de nodige  geestelijk bijstand gegeven, en voorzag de vele gevallene iedere dag van de nodige zielerust en gaf hen een sobere begrafenis. Hoewel de kampen 50 tot 200 kilometer uit elkaar lagen, gaat Vergeest te voet de kampen af, om “zijn jongens” te bezoeken.  Hij mocht van de Jap als geestelijke vrij gaan.

De jongens en mijn vader  noemde hem dan ook de Engel van Birma.

In totaal heeft de aanleg van de de Birma spoorweg in de jaren 1942-1944 aan meer dan 99.000 gevangenen het leven gekost. Onder hen zo.n kleine 3000 Nederlanders. Velen waren gevangen genomen KNIL-militairen en Nederlanders uit toenmalig Nederlands-Indië. In het kamp beloofde mijn vader destijds dat, als hij deze ontberingen zou overleven hij iets voor deze Engel zou doen om hem te eren.

Mijn vader heeft de oorlog met de nodige trauma’s en littekens door zijn overlevingsdrang gelukkig overleefd, en is na de repatriëring in 1950 in Nederland voor de rest van zijn leven in militaire dienst gebleven. Dit kon hij omdat hij voor de oorlog bij het Knil de nodige contracten had getekend, 

Mijn vader zei altijd: Eens een kniller, altijd een Kniller. Het Knil Regiment ging over in het van Heutsz Regiment en hij werd  in de 50er jaren in Grave op de Generaal de Bonds kazerne geplaatst.

Later, begin 60 er jaren werdt hij overgeplaatst naar de garnizoen stad Schoonhoven en was daar peloton’s commandant en als Adjudant  de trotse vaandeldrager van het Regiment.  De beschadigingen die hij in het verleden had opgelopen maakte hem extra sterk. Hij was trots op zijn uniform en op zijn vaandel, en als kind was ik thuis op de kazerne, en heb hem vaak gezien op de stormbaan , met zijn mannen, en de parade’s zien lopen.

Zijn  uniform is na zijn dood door ons geschonken en  in bezit van v Heutsz  museum op de Oranje kazerne in Schaarsbergen, waar zijn vaandel en Korea Bannier al in de Vitrine lagen. 

Hij vertelde mij vroeger over zijn Engel : Ezechiël Vergeest, die in 1979 is overleden en op Sumatra is begraven. Mijn ouders zijn aan zijn graf geweest om hem nog persoonlijk te bedanken.

Hij heeft na de oorlog geld ingezameld op reünie,s van oud Indië gangers met als doel , om voor deze pater Vergeest, zijn Engel een bronzen plaquette te kunnen laten maken, om hem te eren, zoals hij destijds had beloofd als dank voor zijn zielezorg en geestelijke ondersteuning 

Ikzelf heb als kind ook mee gecollecteerd tijdens deze reünies, want zo’n plaquette kost veel geld. Toen hij de financiering bij elkaar had is er een mooie bronzen  plaquette gemaakt met bijbehorende tekst en deze heeft men destijds, onder veel belangstelling als blijvende  herinnering opgehangen in het voorportaal  portaal van de kerk in Beers.

De kerk is doordat de kosten te hoog werden verkocht en mijn vader leeft allang niet meer,  De plaquette is verhuisd  en hangt inmiddels in de Kapel van de kerk. Ik heb contacten met de huidige eigenaar en het kerkbestuur,  deze hebben mij toegezegd dat als  de plaquette ooit weg gaat, hij in mijn bezit gaat komen.

Mocht het ooit zo ver komen dan breng ik ( of mijn kinderen ) hem naar het Militair tehuis Bronbeek wat waarschijnlijk dan de wens dan zou zijn van mijn vader.

Opdat wij nooit mogen vergeten welke offers zij gebracht hebben,en wat  zij voor ons gedaan hebben. Een verleden wat niet zo maar  kan worden uitgewist, en waarvan de littekens nog voelbaar zijn , en stilletjes door werken in de generaties er na.

Dat zij allen nu de rust mogen vinden.

Terima kassie banjak.

Ik dank u voor uw aandacht.